|
beeld |
scène |
|
![]() |
Ochtend in een grootstad (Johannesburg), twee zwarte kinderen slapen onder een stuk karton |
|
![]() |
|
|
|
|
|
|
|
|
De blanke man logeert na zijn echtscheiding bij zijn broer en schoonzus: een arme blanke familie die nauwelijks de eindjes aan elkaar kan knopen. | |
|
|
Wonderboy en Breakfast leven op straat. Wonderboy wil Breakfast uit de handen van de oudere jongens houden uit vrees dat ze zou geprostitueerd worden. | |
|
|
Hoe klein ze ook is, Breakfast heeft al heel wat brutaliteiten geleerd op straat om zich te weren tegen bedreigingen. | |
|
|
|
|
![]() |
Wonderboy toont Breakfast een affiche van de beroemde Tafelberg, waar zijn moeder woont. Hij noemt het de Oude Grootvaderberg, die ieders problemen ziet.Ooit zal hij er naar toe gaan. De kinderen brengen hun dagen door met bedelen, ze kennen er alle truuks van.
|
|
![]() |
De blanke mannen brengen hun dagen zinloos door en kunnen zich alleen uiten in machogedrag. | |
|
|
Ze halen herinneringen op aan hun tijd bij het leger toen ze ‘granaten gooiden in de hutten.’ Ze voelen zich weer de oude… leven zich helemaal in in die periode, ze kunnen zich niet beheersen en reageren hun frustratie af. | |
![]() |
Wonderboy en Breakfast zijn ’s nachts getuige van een afspraak binnen een bende om drugs op te pikken. Ze worden betrapt en Breakfast wordt bedreigd. De politie komt tussenbeide en pikt Breakfast op. Wonderboy blijft alleen achter.
|
|
![]() |
Zijn lotgenoten snuiven lijm, terwijl Wonderboy een brief voorleest van zijn moeder, die hem schrijft dat ze in Kaapstad een nieuw huis aan ’t klaarmaken is. Het is het enige teken van leven van zijn familie. | |
![]() |
Kobus' schoonzus krijgt het op haar heupen van zijn nietsnutterij. Maar er is veel werkloosheid. De spanning stijgt, Kobus wil zich niet laten helpen, hij is duidelijk gefrustreerd. Hij kan een klus krijgen door in Kaapstad boenwas te gaan verkopen en spullen op te halen. Hij ergert zich eraan dat hij niet gewaardeerd wordt voor zijn vroegere beroep in het leger.
|
|
![]() |
Ondertussen probeert Wonderboy aan de kost te komen als ruitenwasser. Kobus die hem toevallig ontmoet, blijft even bitsig, afstandelijk en kortaf tegen Wonderboy. Hij behandelt hem zoals vroeger: ‘Jullie zijn allemaal dezelfde, jullie verknoeien het land en willen er nog voor betaald worden ook.’ |
|
![]() |
Wonderboy wordt door de bende van Styx achtervolgd
en maakt van een truukje gebruik om met Kobus richting Kaapstad te rijden.
Kobus: ‘Denk je dat ik naar Kaapstad rijdt met een neger in m’n auto”. Wonderboy probeert de norse Kobus ervan te overtuigen dat hij niet tot een bende behoort en alleen naar zijn moeder in Kaapstad wil. Maar hij wordt uit de wagen gezet. |
|
|
Wonderboy blijft rondzwerven en komt Kobus opnieuw
tegen in een baancafé, maar wordt weggestuurd.
Kobus heeft duidelijk andere zorgen, zijn verleden laat hem niet los. Hij raakt er niet mee in het reine. Hij leeft opgesloten in zichzelf. Hij ziet het verslag van de Waarheidscommissie op televisie. ‘Hoeveel je ook weent dat brengt de doden niet terug’.'Wat gaan we doen met al die waarheden die ze ontdekken?'
|
|
![]() |
Kobus zet zijn reis verder, maar Wonderboy reist in ’t geheim mee. Ze maken een deal: hij mag mee als hij op de wagen past. | |
|
Kobus probeert onderweg zijn boenwas te verkopen, maar veel geluk heeft hij niet. In één van die stoffige stadjes probeert Wonderboy wat bij te verdienen met sexuele diensten aan een blanke volwassene. Hij is blijkbaar zo gewoon zijn diensten te verkopen aan blanken, dat hij het ook aan Kobus vraagt, zonder veel omwegen. Voor het eerst ervaart Kobus dat zwarte kinderen zich, om te overleven, sexueel verkopen.
|
|
![]() |
Kobus voelt voor het eerst welk leven Wonderboy heeft. Voor het eerst praten Kobus en Wonderboy met elkaar: Kobus vraagt hem waarom hij op straat leeft. Wonderboy vertelt dat zijn moeder naar Kaapstad vertrok om werk te zoeken. Hij werd door zijn lerares engels onder haar hoede genomen. Maar haar minnaar sloeg hem steeds. Zo werd hij 'Malunde' (dakloos), hij leeft al twee jaar op straat. Kobus vindt dat verhaal een bewijs dat zwarten niet eens voor elkaar kunnen zorgen.
|
|
|
Wonderboy's verhaal heeft het ijs gebroken. Hij vertelt hoe machteloos hij zich voelt omdat hij niets kon doen om Breakfast uit de handen te houden van de pooiers. Kobus heeft hetzelfde gevoel: je denkt dat je goed doet, maar het eindigt met doden. Hoe je eerst held en dan uitschot wordt genoemd.
|
|
| Hun reis wordt meer en meer een zoektocht naar het
vinden van antwoorden. Het proberen te leven met elkaars verleden en
afkomst. Ze noemen elkaar ‘baas’ of ‘klotenegertje’. Maar die woorden klinken nu niet meer bitter en hatelijk. |
||
| Kobus blijft wantrouwig staan tegenover de zwarte gemeenschap, als ze door zwarte wijken rijden. Maar Wonderboy neemt het initiatief, hij leert hem ‘zwarten’ te vertrouwen, hij leert hem werken en net zoald de straatkinderen met het nederigste te beginnen. | ||
![]() |
Ondanks de nog steeds stugge houding van Kobus wordt hun relatie steeds intiemer doorheen de reis. Maar Kobus blijft nachtmerries hebben over zijn verleden en heeft paniekaanvallen. Hij gooit zijn pistool weg als hij beseft dat hij Wonderboy had kunnen doden.
|
|
| De vooroordelen tussen beiden glijden langzaamaan weg en worden grapjes. Juist omdat ze elkaars gedragingen beter leren inschatten. | ||
|
Onderweg bezoeken ze een schapenfestival dat vroeger
alleen toegankelijk was voor blanken. Ze ervaren dat de samenleving
werkelijk aan ’t veranderen is en dat ze er zullen mee moeten leven. Ook
zwarten kunnen nu niet meer geweigerd worden.
'We leven misschien nog niet in 't paradijs, maar ik heb m'n rechten.', zegt een oude zwarte man. En een kleurlinge voegt er aan toe: ''t Is niet eenvoudig de rotzooi te veranderen die jullie er de laatste 300 jaar van maakten.'
|
|
![]() |
Ook de bende van Styx is op het festival. Wonderboy vraagt hen waar Breakfast is. Maar hij wordt wordt hard aangepakt door de bende en komt in het ziekenhuis terecht, waar hij de gecensureerde brief van zijn moeder door Kobus laat lezen.Kobus beseft dat Wonderboy's moeder in de gevangenis zit, maar weet niet waarom. Wonderboy wist niet dat een prachtige naam als Suncity eigenlijk een gevangenis is.Kobus vertelt over zijn eigen leven.
|
|
|
Bezoek bij vrouw van Kobus: Wonderboy moet in de wagen blijven zitten, zoals het vroeger hoorde. Kobus wil niet met een zwarte worden gezien. Hij schaamt zich. Kobus is vervreemd van zijn dochtertje en zijn korte ontmoeting met z'n x-vrouw is confronterend. Ex-vrouw: 'Van je dochter trek je je niets aan, maar je slooft je uit voor 'n negerjongen.' 'Je hebt 'm als 'n hond buiten laten staan.' |
|
|
Terwijl Wonderboy verder naar de Tafelberg trekt, gaat Kobus naar het politiecommissariaat om inlichtingen te vragen over Wonderboy's moeder. Ze blijkt bij het ANC te zijn geweest.
|
|
![]() |
Wonderboy loopt weg, hij wil niet geholpen worden, maar wordt achternagezeten door Kobus die hem wil helpen. | |
|
Eindelijk komen ze bij de zus en grootmoeder van Wonderboy. Kobus heeft echter een brief van de politie gekregen die nooit vanuit de gevangenis verstuurd is: Zoë, de moeder van Wonderbouy is in de gevangenis gestorven, net voor de algemene amnestie in 1994
|
|
![]() |
Kobus heeft zich, doorheen de reis met Wonderboy, verzoend met zijn nieuwe leven en zijn verleden en een nieuwe houding tegenover zijn zwarte landgenoten. De ontmoeting met Wonderboy heeft hem gelouterd. | |